Florian Hellwig.com | Info | Teksten | Theater | Contact | Links | Blog
                                                              
| Feiern | Spinnen | Türmen |




SPINNEN

Simon's moeder is overleden. Simon verdenkt zijn vader de moordenaar te zijn. Ook omdat de vader een nieuwe vrouw in het huis heeft gebracht. Hilde Kessler neemt de plaats in van de overleden moeder. Simon's wereld raakt op zijn kop. Sindsdien wonen monsters in het behangsel. Sinds deze tragedie heeft Simon twee waarheden. Bij elke waarheid hoort ook minst een kleine zwendel. Hoe is de moeder werkelijk gestorven?

Om de waarheid tot de bodem uit te zoeken, schrijft Simon een dagboek. De mens kan meerdere personen tegelijkertijd zijn, afhankelijk van bepaalde situaties. Simon is meerdere personen tegelijkertijd; hij is bijvoorbeeld ook de bokser Smokin'Joe. Hij kan geen onderscheid maken tussen de realiteiten.

Na twintig jaar keert hij terug uit de inrichting "Overzee" naar een open tehuis. De hospita lijkt hij te kennen. Waarvan kent hij deze vrouw diens borsten hem onstuimig maken? Zijn huisgenoten Hock, Schnabel en Metzer stelen hem zijn dagboek. Ze zijn merkwaardige spinnen die hem meedogenloos achtervolgen. Het stuk is het dagboek van een ziekte. De personen in het drama balanceren tussen de ondraaglijkheid van het bestaan en het verlangen naar een ander leven. De oorlog heeft zijn sporen in de wijk nagelaten, het zijn sporen van de innerlijke en uiterlijke gevechten. Simon moet nog een moord plegen.




Vader: Nu zitten we hier, na twintig jaar. De giftige verf heeft de longen geruïneerd. Ik heb de wijk meerdere malen geschilderd. Het heeft niets uitgehaald, de muren zijn opnieuw bedekt met roet. De chemische verf hielp niet. De hele wijk dampte. Wie niet aan de zwarte long verrekte, ging kapot aan de verfdampen.
Moeder: Je was zeer bekwaam. De muren waren heerlijk wit.
Vader: Het heft niets uitgehaald. En jij? Hoe is het met jou?
Moeder: Hoe moet het met mij wel gaan? Al twintig jaar lig ik in de aarde. Ik werd gelukkig van de uien. Van de uien die je in de aarde hebt gezet. Al die jaren heb ik me afgevraagd waarom je geen bloemen in het perk hebt geplant?
Vader: Hij verwart tulpen en uien. Simon kan ze niet van elkaar onderscheiden. Hij heeft een schroefje los. Simon is aan het bazelen. Hij is een dromer.
Moeder: Hij is een tengere jongen. Hij is niet gehandicapt, gewoon zwak. De eenvoudigste handelingen zijn voor hem soms lastige obstakels. Zich wassen, kleding aantrekken, eten. Een brug oversteken.
Vader: De jongen fantaseert. Hij ziet spoken. Hij verdraait de waarheid zoals je een munt omdraait. Hij ziet monsters in het behang. Zijn lappen lijken op een pyjama. Hij ziet er jammerlijk uit. Pyjammerlijk.
Moeder: Hij is gewoon een lange mastboom die gauw breekt in de storm.




Deutsch | Nederlands